Kemphanen
Een triest verhaal van een steeds zeldzamer wordende vogel in Nederland. De tijd dat ons land nog de broedplaats was van duizenden kemphanen ligt ver achter ons.
Als broedvogel komt de kemphaan, die van drassige, schrale en bloemrijke graslanden houdt , hier nog maar sporadisch voor. Liever trekken ze direct maar door naar de toendra's van Noord-Scandinavië. Het beeld van 'toernooivelden' waar de bontgekleurde mannetjes met hun enorme kraag elkaar in de haren vliegen lijkt voorgoed voorbij. Het ingewikkelde spel van de liefde met 'honkmannen' en 'satellietmannen', het gekissebis en de gevechten tussen de mannetjes laten slechts een vaste plaats achter in het gezegde 'vechten als kemphanen'.
De kemphaanmannetjes zijn direct te herkennen aan de prachtige kragen en koppluimen. De kragen hebben niet steeds dezelfde kleur, maar verschillen per mannetje. De vrouwtjes zijn vrij onopvallend en vooral op grotere afstand moeilijk te onderscheiden van de bekende tureluur. Je kunt ze wel altijd herkennen aan de poten. De tureluur heeft uitgesproken rode poten, die van de kemphaan(hen) zijn meestal groen/geel.
Stukje achtergrond over het baltsen en paren van deze intrigerende soort:
Op de arena heerst een sociale rangorde onder de mannetjes. Er zijn drie soorten mannetjes te onderscheiden: honkmannen, satellietmannen en randmannen.
Door hun gedrag te bestuderen kun je de verschillende soorten herkennen.
Honkmannen , de naam zegt het al, hebben een eigen plekje op de arena verworven. Deze honken zijn ongeveer een vierkante meter.
Een mannetje met een volledig witte kraag en koppluimen is altijd een satellietman.
Satellietmannen hebben geen eigen honk, maar worden wel toegelaten op de arena en vertonen daarom ook bijna nooit een agressief gedrag tegenover de honkmannen.
Randmannen , de naam zegt het alweer, zijn te vinden rondom de arena en worden op de arena zelf nooit lang getolereerd.
De honkmannen zorgen in eerste instantie voor de voortplanting van het kemphanenras.
Omdat de satellietmannen in de buurt zijn, en honkmannen het nogal druk met elkaar hebben (of met andere satellietmannen), krijgen ook satellietmannen de kans zich voort te planten. Dit gebeurt allemaal op de arena.
Maar hoe planten die randmannen zich dan voort zult je je nu misschien afvragen? Dit is een wat vreemd verschijnsel. Wanneer een honkman uitvalt, door bijvoorbeeld ziekte of overlijden, dan mag een randman zijn plaats op het honk innemen. Hij wordt dus bevorderd. Deze plaats (bevordering) kan van blijvende aard zijn door dood of blijvende verminking van de voormalig honkman, maar ook een tijdelijke, bijvoorbeeld door het terugkeren van de vorige honkman.
En....dan heb je ook nog faren: zij zijn kleiner, zien er uit als een vrouw en slaan in de drukte op de baltsplaats stiekem hun slag. Één op de 100 vrouwtjes is eigenlijk een man.(Zulke exemplaren lijken zo veel op vrouwtjes, dat ze ondanks tientallen jaren intensief onderzoek heel lang niet opgevallen waren.)
De gevleugelde travestieten gaan zo ver in hun imitatie, dat ze zich zelfs gewillig laten dekken door de duidelijk herkenbare mannen. Maar intussen hebben deze stiekemerds wel extra grote testikels, om de zeldzame keren dat ze zelf een vrouwtje weten te dekken zo effectief mogelijk te laten zijn.
De vrouwtjes komen alleen voor de paring naar de arena en zoeken daarna een geschikte nestplaats. Typerend hierbij is dat de arena's zich bevinden in de 'oude hooilanden' en de nesten in de 'cultuurlanden'. Van enige broedzorg van de mannetjes is dan ook geen sprake.
Het schijnt voor te komen dat vrouwtjes elkaar na de paring opzoeken en dan later samen met de jongen optrekken.
Info uit verschillende bronnen bij elkaar gescharreld.